Brieven onder nummer

Br.O.Nr. brieven met postzegels naar De Brief van Vermeer, Gemeenschap Beeldende Kunstenaars, 1997, ISBN 9076187029. Niet meer verkrijgbaar

Een heel bijzonder kort verhaal schreef ik voor een zeer bijzondere uitgave. Het verhaal heet: Brief aan mijn prins, het verscheen in de uitgave die samenstellers Martijn Grootendorst en Jan-Wieger van den Berg maakten ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Gemeenschap Beeldende Kunstenaars in 1997. 

De opdracht aan de 14 schrijvers luidde: Schrijf de brief die voorkomt op het schilderij De liefdesbrief van Johannes Vermeer. Vervolgens kregen 14 beeldende kunstenaars het verzoek voor bij die brief een passende postzegel te ontwerpen. De brieven werden in enveloppen voorzien van de bijbehorende postzegel ingebonden in een luxe uitgave die in oplaag van 100 ex. onder de titel Br.O.Nr. brieven met postzegels naar De Brief van Vermeer werd gedrukt. 

 

Voor mijn verhaal liet ik mij inspireren door een gebeurtenis in de koninklijke familie dat jaar. Prins Claus, de echtgenoot van (toen) koningin Beatrux werd een tijd lang opgenomen in een Zwitserse kliniek om te genezen van zijn ernstige depressieve klachten. De postzegel op de envelop werd ontworpen door Brieke Drost uit Wolfheze. 

 

Fragment:

BRIEF AAN MIJN PRINS

 

Liefste,

 

Deze brief schrijf ik in een korte pauze tussen belangrijke zaken. Haastig, maar met alle liefde en toewijding die ik je gun. Ik zal je niet lastigvallen met de onderwerpen die mijn aandacht opeisen. Jouw herstel gaat me boven alles. Bovendien heb ik mijn advi­seurs. Ze zijn even knap en opdringerig als talrijk. Ik maak van hun diensten gebruik en neem de besluiten die mij het beste lijken. Ik kom er in mijn eentje wel uit. Natuurlijk mis ik jou en ons middaguurtje, waarin ik mijn besognes met je deelde. Op dat moment van de dag denk ik het meest aan je. Meer nog dan je goede raad mis ik het andere. Het geluid van je stem, je ademhaling, de aanraking van je huid. Waarom mag ik niet met je telefoneren? Waarom mag ik niet voor even bij je zijn? Ik denk aan je, het doet me pijn. Men ontraadt ons direct contact. Het bevordert je genezing niet, zegt men, maar ik twijfel: is dat nu het beste voor jou, voor mij? Goed, het is niet anders, ik leg me bij het onvermijdelijke neer. Ik kan je schrijven en leg mijn gevoel en alle verlan­gens in de woorden die ik kies. Nu jij ze leest, hoor je mijn stem, hoor je de warmte die ik in mijn zinnen heb gestopt. Voel je mijn adem waarmee ik je toefluis­ter?

 

Mijn gedachten dwalen af naar de kliniek waar jij nu bent. Ik sta naast je en kijk met je naar buiten. We zien de berghellingen en, als de hemel onbewolkt is, ook de bergtop­pen. Alle lijnen gaan omhoog tot ze zich verliezen in witte vlakken die schitteren in de zon. IJs en sneeuw, die smelten nooit. De eeuwige sneeuw heeft me altijd vrees aangejaagd. Iets wat niet verandert, maakt me bang. Gek dat jij die overal angsten voor hebt ontwikkeld, je zo op je gemak voelt in het hooggebergte. Liever kijk ik met jou door andere ramen die uitzicht geven op het dal. Het is er groen, de bloemen bloeien, we kunnen het vee zien lopen op de alpenweiden. Er gaat rust uit van onverzet­telijke bergen. Je beseft dat je klein bent en de wereld niet kunt veranderen. Wat een tegenstel­ling met het laagland hier. En met onze driftige zorgjes, plannetjes en activiteitjes om onze polders droog te houden. Bijna zou ik de onderwerpen noemen die vandaag op mijn agenda staan. Niet om je daarmee te vermoei­en, maar om aan te geven hoe klein en kortstondig alles is om mij heen. Ik zal het nalaten. Je zou je ongerust maken en daar is geen enkele reden toe. Het enige wat er toe doet, het enige wat belangrijk is voor mij, is: hoe het gaat met jou. Hoe jij weer beter wordt. Mijn grootste wens is dat ik je weer zie lachen, dat je weer kunt genieten. Ik wil dat je opnieuw gelukkig wordt.